De lezing van de paus op 12 september jl. in Regensburg, Duitsland over ‘Geloof en Rede in het christendom’ heeft over de hele wereld woedende reacties van moslims los gemaakt.
De lezing van de paus op 12 september jl. in Regensburg, Duitsland over ‘Geloof en Rede in het christendom’ heeft over de hele wereld woedende reacties van moslims los gemaakt. In enkele gevallen waren die gewelddadig, zoals aanvallen op kerken, het verbranden van afbeeldingen van de paus en beledigende cartoons.
Ofschoon ik verreweg de voorkeur zou hebben gegeven aan een intellectueel en vredelievend antwoord boven deze gewelddadige reacties, moeten we de ontvlambare wereld context begrijpen waarin moslims in de hele wereld zich kwetsbaar voelen met het idee dat hun geloof in het westen voortdurend aangevallen wordt. De herinnering aan de Deense cartoons is nog levend, en daarnaast de herhaalde negatieve uitspraken van de Amerikaanse president over de islam.
Sinds 11 september en vooral na het uitroepen van de ‘oorlog tegen terrorisme’, geleid door de VS, werd de islam het doelwit van aanvallen, beledigingen en laster in vele (maar niet alle) kringen in het westen.
Dit versterkte het stereotype imago van de islam als een gewelddadig, onbeschaafd geloof dat tegen moderniteit is.
De aanhaling door de paus van een uitspraak van de 14de eeuwse Byzantijnse keizer over de islam en de profeet voldeed weer aan dit stereotype imago. Als de Deense cartoons al de woede van de moslims opriepen, kunnen we ons voorstellen hoeveel harder het aankomt als de paus, de hoogste autoriteit van het Vaticaan, lijkt mee te gaan met een dergelijk stereotypering. Dat ik dit probeer uit te leggen, betekent niet dat ik de gewelddadige reacties goedkeur. Maar de paus had beter kunnen weten. Hij had kunnen weten wat de gevolgen zouden zijn van het citeren van deze 14de eeuwse Byzantijnse keizer.
En in de context van zijn lezing was, naar mijn mening, deze aanhaling helemaal niet nodig. Hier spreek ik als wetenschapper, niet als moslim. Als professor had de paus kunnen weten dat de kwestie van ‘geloof en rede’ in de islam te ingewikkeld is om het aan de orde te stellen in een enkele polemische aanhaling. Iedere student van islamitische theologie en islamitische filosofie weet dit. Ik kan me niet voorstellen dat de paus niet gehoord heeft van de rationele theologische moslim groep de Mu’tazila. En ik meen te weten dat hij enkele van de geschriften van Averroes over Aristoteles kent. Averroes is de moslim filosoof Ibn Rushd!
Wat betreft de kwestie van het geweld in de islam, er is geen wezenlijke verband tussen geloof en geweld. Geweld is een uitzonderlijke toestand indien de gemeenschap van buitenaf aangevallen wordt. Deze situatie deed zich voor toen in de 7de eeuw de eerste moslim gemeenschap het gevaar liep vernietigd te worden. Dit verklaart het bestaan van het woord jihad in de Koran, wat betekent dat je uitzonderlijke moeite doet om bepaalde doelen te bereiken.
Helaas lezen conservatieve moslims en zekere terroristische groepen deze verzen in de Koran zonder ze in hun historische context te plaatsen. Zij geloven dat deze geboden onafhankelijk van tijd en plaats bindend zijn.
Ze gaan ook voorbij aan het feit dat er twee soorten van jihad zijn, de geestelijke en de fysieke. Het doel van de fysieke Jihad, die ook wel de mindere jihad wordt genoemd, is om de gemeenschap te beschermen en te verdedigen. Het doel van de geestelijke jihad, die de grotere jihad wordt genoemd, is om de hoogste menselijke staat te bereiken.
Terwijl de geestelijke jihad een individuele religieuze plicht is, is de fysieke jihad een politieke en niet een geestelijke instelling. Net zo goed als een burger van een land verplicht is zijn land te verdedigen, is ook een moslim verplicht zijn land te verdedigen, en dit geldt ook het land waarin hij woont. De fysieke jihad is niet een individuele taak; het is staatszaak.
Rede daarentegen is wel wezenlijk verbonden met het geloof. In de Koran wordt de rede voorgesteld als de enige geldige grond voor het geloof, zowel in geestelijke zin als in daden. Het koranische wereldbeeld is in de grond rationeel. Irrationeel denken en irrationeel gedrag worden veroordeeld en staat gelijk aan ongeloof.
De kwestie van ‘geloof en rede’ is ook aanwezig in de islamitische theologie, waar de Mu’tazilieten al heel vroeg vaststelden dat de enige weg om God te kennen is via de rede en de enige weg om Gods openbaring, de Koran, te begrijpen is door het goddelijk handelen als rationeel te bestempelen. De rationaliteit is de wet volgens welke de God handelt en volgens welke ook mensen moeten handelen en oordelen.
De opvatting van de rede die God niet ontkent, waartoe de paus ons uitnodigt als een voorwaarde voor productieve dialoog, is het product van islamitische filosofie. Averroes, de moslim filosoof die in de 12de eeuw in Andalusië leefde en die bekend staat als de grote commentator van Aristoteles, schreef een verhandeling over de ‘Harmonie tussen Rede en Openbaring’, die vertaald werd in het Latijn en een intensieve discussie in de christelijke kerk tot gevolg had.
We kunnen concluderen dat de islam in essentie niet anders is dan het christendom zowel in zijn geestelijke dimensie als in zijn menselijke oriëntatie. Moslims zijn net als christenen menselijke wezens, beiden pleegden en plegen in bepaalde historische omstandigheden misdaden van geweld in strijd met wat hun geloof hen leert. God die de grenzen van socio-historische menselijke conflicten overstijgt, leert altijd het ideaal. Mensen, moslims en christenen en evengoed hindoes en boeddhisten moeten dit ideaal hier op aarde in praktijk brengen, maar allemaal slagen we er niet zo goed in. Laten we het conflict niet verergeren door op te gaan in de verschillen. Laten we in plaats daarvan de overeenkomsten begrijpen en benadrukken.
Nasr Abu Zayd
Professor dr. Nasr Abu-Zayd doceert Islamitische studies aan de Universiteit van Leiden en islam en humanisme aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.